Blog

Fipronil-schandaal: Falend toezicht of eigen schuld?

Gepubliceerd op 07-09-2017

Het fipronil-schandaal kent louter verliezers. In de lange keten van personen en bedrijven die betrokken zijn bij de pluimveehouderij en het verkopen van eieren wordt grote schade geleden. In Nederland gaat het daarbij om tientallen miljoenen euro’s. Inmiddels is duidelijk dat er niet alleen in Nederland maar ook bij buitenlandse pluimveehouderijen gewerkt is met fipronil. De consument verkeert in onzekerheid omtrent de voedselveiligheid en is terughoudend in de aankoop en consumptie van eieren.

Tijdens het Tweede Kamer-debat benadrukte minister Schippers dat de overheid geen honderd procentgarantie kan geven dat voedsel veilig is en dat het bedrijfsleven ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Staatssecretaris Van Dam voegde daaraan toe dat er geen compensatie kan komen voor kippenboeren die schade hebben geleden, daar zou immers een ongekende precedentwerking van uitgaan. Van Dam benadrukte bovendien dat de overheid geen vergoeding kan geven aan bedrijven die schade lijden door frauduleuze praktijken van anderen.

In tegenstelling tot de bewindslieden waren diverse Kamerleden veel kritischer ten aanzien van het toezicht dat vanuit de overheid moet worden gehouden. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) had naar hun oordeel eerder in actie moeten komen, heeft zich te bureaucratisch opgesteld en heeft niet duidelijk gecommuniceerd. Naar hun overtuiging heeft het toezicht van NVWA gefaald.

Onderzoek
Oud minister van Justitie Sorgdrager gaat nu in opdracht van de minister onderzoek doen naar het fipronil-schandaal en moet uitzoeken hoe de besmetting met fipronil heeft kunnen gebeuren, wie er verantwoordelijk voor is en hoe de communicatie is verlopen. De uitkomst van dit ongetwijfeld uitvoerige onderzoek zal naar verwachting wel enige tijd op zich laten wachten. Ondertussen zitten diverse pluimveehouders met de handen in het haar en is het de vraag of zij de schade wel te boven komen. Landbouworganisatie LTO Nederland wil niet wachten en heeft een rechtszaak aangekondigd tegen de NVWA. LTO is niet te spreken over de handelwijze van de NVWA. De NVWA moet waken over de voedselveiligheid maar heeft dat niet goed gedaan.

De rechter zal zich moeten buigen over de vraag of de overheid als toezichthouder in civielrechtelijke zin aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade die het gevolg is van falend toezicht of dat, zoals staatssecretaris Van Dam betoogt, de pluimveehouders zelf moeten opdraaien voor de schade omdat zij immers ervoor gekozen hebben zich in te laten met malafide praktijken. Deze vraag laat zich niet eenvoudig beantwoorden. Het is aannemelijk dat de rechter eerst de uitkomsten van het onderzoek van de commissie Sorgdrager wil afwachten alvorens definitief te oordelen.

Juridisch kader
De mogelijke aansprakelijkheid van de overheid wordt in feite gebaseerd op de stelling dat haar verweten kan worden dat zij een door een ander in het leven geroepen gevaarlijke situatie heeft laten voortbestaan. Zo beschouwd zijn er in feite twee partijen aan te spreken, Chickfriend als schadeveroorzaker en de overheid als falende toezichthouder.

Op grond van de wet kunnen de gedupeerde pluimveehouders beide partijen voor de gehele schade aanspreken. Probleem daarbij is natuurlijk dat Chickfriend geen enkel verhaal biedt voor deze schade en de gedupeerden om die reden wel bij de overheid moeten aankloppen. De overheid lijkt zich nu echter op het standpunt te willen stellen dat er aan de zijde van de pluimveehouder sprake is van eigen schuld; de pluimveehouder had zich maar niet moeten inlaten met de malafide praktijken van Chickfriend.

Schadevergoedingsverplichting
In de wet is een algemene regel opgenomen die inhoudt dat een schadevergoedingsverplichting in beginsel wordt verminderd wanneer de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. Of  en, zo ja, in welke mate een dergelijke vermindering op grond van eigen schuld door een rechter wordt toegepast is op voorhand niet te zeggen. Een en ander hangt af van de aan de pluimveehouder toe te rekenen omstandigheden die hebben bijgedragen aan de schade. Bovendien kan de rechter de vergoedingsplicht laten vervallen indien dit wegens de ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval op grond van de billijkheid vereist is.

Het is dus zeker niet zo dat de overheid onder haar eventuele aansprakelijkheid uit kan komen door enkel te verwijzen naar de handelwijze van de pluimveehouders. Dat neemt niet weg dat het niet eenvoudig zal zijn om de overheid aansprakelijk te stellen op grond van falend toezicht. Vast moet komen te staan dat de overheid op de hoogte was of had kunnen zijn van de schadeveroorzakende praktijken van Chickfriend, maar ook dat zij de ernst van de mogelijke effecten van deze praktijken kende en rekening had moeten houden met het risico dat deze effecten zouden kunnen optreden. Indien aan die voorwaarden wordt voldaan geldt dat in juridische zin uit de omschreven wetenschap een rechtsplicht voortvloeit om maatregelen te treffen. Het nalaten van deze maatregelen creëert aansprakelijkheid.

Eigen schuld?
Ook in het geval de overheidsaansprakelijkheid wordt aangenomen zal de eigen schuld vraag  een belangrijke rol gaan spelen. Individuele pluimveehouders zullen moeten aantonen dat zij zich goed hebben laten informeren over de activiteiten van Chickfriend en onderzocht hebben of Chickfriend wel in voldoende mate voldeed aan de van overheidswege gestelde eisen ter zake het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dit geldt eens temeer nu Chickfriend een vrij nieuwe en onbekende partij blijkt te zijn op het gebied van bloedluisbestrijding. De vraag zal zijn of de pluimveehouder binnen de gegeven omstandigheden in voldoende mate de referenties en werkwijze van Chickfriend onderzocht heeft. Indien blijkt dat te lichtvaardig besloten is zaken met Chickfriend te doen, zal deze lichtvaardigheid zeker van invloed zal zijn op de mate waarin de overheid verplicht zou kunnen zijn de geleden schade te vergoeden.

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Frank van den Berg of met één van onze andere collega’s uit het brancheteam Food.

Deze blog bevat algemene informatie en is met veel aandacht en zorgvuldigheid geschreven. Juridisch advies is echter altijd maatwerk. Wint u dus in een voorkomend geval altijd deskundig juridisch advies in. (Lees onze disclaimer).

Advocaat
Berg, Mr G.F. van den
Branche
Food

 

 

Terug naar overzicht