Blog

Geen recht op schadevergoeding na vermeende wanprestatie franchisegever.

Gepubliceerd op 21-10-2016

De Hoge Raad heeft op 23 september 2016 het cassatieberoep tegen het arrest van het Hof Amsterdam in de zaak Luxembourg vs. Habitat verworpen. In deze zaak oordeelde het Hof dat de franchisenemer, Luxembourg, geen aanspraak kon maken op schadevergoeding wegens wanprestatie door de franchisegever Habitat. Volgens het Hof was er namelijk geen sprake van schade aan de kant van de franchisenemer Wat speelde er?

Franchiseovereenkomst
Luxembourg exploiteert vier woonwinkels waar zij hoofdzakelijk producten van het merk “Habitat” verkoopt. Tussen Luxembourg en Habitat bestond een franchiseovereenkomst ten behoeve van de exploitatie van de Habitat-producten. Deze overeenkomst had een looptijd tot en met 31 december 2015. Habitat leverde echter sinds september 2011 geen Habitat-producten meer. Luxembourg is daarop een procedure tegen Habitat gestart. Daarin heeft zij onder meer schadevergoeding wegens winstderving gevorderd. Habitat zou aan Luxembourg de winst dienen te vergoeden die zij als gevolg van de wanprestatie vanaf september 2011 tot en met 31 december 2015 zou hebben gederfd. Deze winst zou Luxembourg namelijk bij correcte nakoming van de overeenkomst tijdens de resterende looptijd van het contract hebben gerealiseerd. 

Derde partij
Habitat heeft onder meer bestreden dat Luxembourg door haar toedoen winst zou hebben gederfd. Het bedrijf had namelijk het merk ‘Habitat’ inmiddels aan een derde partij, Cafom, verkocht. Hiermee had Luxembourg vanaf september 2011 een vervangende (franchise)overeenkomst afgesloten. Volgens Habitat kon Luxembourg op basis van die overeenkomst de eerder door Habitat geleverde producten van Cafom verkrijgen en heeft zij dat ook gedaan. De voorwaarden waaronder deze producten door Cafom werden geleverd waren zelfs gunstiger dan de voorwaarden waaronder Habitat aan Luxembourg leverde. Luxembourg heeft derhalve geen schade geleden, aldus Habitat.

Schadevergoeding na wanprestatie
Wanneer een contractspartij tekortschiet in de nakoming van een overeenkomst, bijvoorbeeld door in strijd met de overeenkomst een leveringsstop toe te passen, lijdt de andere partij vaak schade waarvoor de tekortschietende partij aansprakelijk is. Schadevergoeding dient de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand te brengen waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis, de tekortkoming, zou zijn uitgebleven. Dit brengt mee dat de omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien volledig en onberispelijk zou zijn nagekomen.  

Feitelijke en hypothetische situatie
In de zaak Luxembourg vs. Habitat heeft het Hof geen relevante verschillen gezien tussen de ‘feitelijke situatie’ mét tekortkoming en de ‘hypothetische situatie’ zonder tekortkoming. In de feitelijke situatie betrekt Luxembourg Habitat-producten van Cafom en in de hypothetische situatie zou Luxembourg Habitat-producten van Habitat hebben betrokken. De vervangende overeenkomst met Cafom is volgens het Hof slechts mogelijk geworden door de gestelde tekortkoming van Habitat. Deze vervangende overeenkomst kwam namelijk in beeld omdat de overeenkomst met Habitat niet meer werd nagekomen. Habitat had het recht op het merk ‘Habitat’ aan Cafom namelijk verkocht. Zo konden Habitat-producten dus alleen worden betrokken van de nieuwe merkhouder Cafom.

De overeenkomst met Cafom heeft ook meegebracht dat Luxembourg vanaf september 2011 steeds de Habitat-producten kon verkrijgen. Het Hof achtte de vervangende overeenkomst dan ook relevant bij de vraag of Luxembourg schade heeft geleden. Zo kwam het Hof tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat Luxembourg schade heeft geleden. Tegen het arrest van het Hof heeft Luxembourg nog beroep in cassatie ingesteld. Dit cassatieberoep is door de Hoge Raad zonder nadere motivering verworpen.

Conclusie
Een vervangende franchiseovereenkomst, die feitelijk en juridisch slechts mogelijk is geworden door een tekortkoming in de overeenkomst door de tekortschietende partij, kan dus onder omstandigheden betrokken worden bij de vraag of wel schade is geleden ter zake van winstderving.


Wilt u meer weten over deze uitspraak of franchiseovereenkomsten, neem dan contact op met Ineke van den Broek en/of Maral van Brandwijk van de sectie Intellectueel Eigendom en IT. Beide advocaten zijn tevens lid van het brancheteam Retail.

Deze blog bevat algemene informatie en is met veel aandacht en zorgvuldigheid geschreven. Juridisch advies is echter altijd maatwerk. Wint u dus in een voorkomend geval altijd deskundig juridisch advies in. (Lees onze disclaimer).

Advocaat
Brandwijk, Mr M.A. van, Broek, Mr I. van den
Branche
Retail
Vakgebied
Intellectueel Eigendom & IT

 

 

Terug naar overzicht