De ingebrekestelling en termijnen in de bouw: wat is van belang?

De ingebrekestelling en termijnen in de bouw: wat is van belang?

In de laatste maand van het jaar, heeft de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen nog diverse uitspraken gedaan. Een uitspraak (van 9 december 2025) over al dan niet te late oplevering trok mijn aandacht. Het betrof hier een klassiek geval van (te late) oplevering tussen opdrachtgever en aannemer, maar de vraag was of er sprake was van overmacht, omdat de elektra-aansluiting niet tijdig kon worden gerealiseerd.

Casus

Dit betrof een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een casco bedrijfsunit. In de overeenkomst was opgenomen dat de bedrijfsunit gereed voor gebruik, inclusief elektra-aansluiting moest worden opgeleverd. De termijn daarvoor was ook bepaald, namelijk binnen 200 werkbare werkdagen na de aanvang van de bouw. Toen partijen de overeenkomst sloten, was de bouw al begonnen: de aanvangsdatum was opgenomen in de overeenkomst.

In de bouw geldt natuurlijk dat er in beginsel een fatale termijn geldt als er een bouwtermijn of opleverdatum is opgenomen. In deze zaak zijn de UAV 2012 van toepassing, zodat er automatisch een boete geldt bij niet tijdige oplevering. De contractuele boete ex paragraaf 42 lid 2 UAV 2012 van € 60,- is van toepassing in dit geval, dus er is geen afwijkend bedrag opgenomen in de aannemingsovereenkomst. Niet ter discussie staat dat het werk later is opgeleverd dan overeengekomen, na de termijn van 200 werkbare werkdagen na aanvang bouw. Naast een discussie over de datum van aflopen van de bouwtermijn – die ik buiten beschouwing laat – stelt de aannemer dat er sprake is van overmacht en reden voor matiging van de boete.

De overmacht heeft te maken met de elektra-aansluiting. Een trafo-station werd later geplaatst wegens productie-/leveringsproblemen en de elektra-aansluiting kwam later tot stand vanwege het ontbreken van de benodigde vergunningen voor de realisatie daarvan. Dit werd door een derde partij verricht, maar de uitspraak geeft geen directe duidelijkheid wie voor die partij verantwoordelijk was. Het lijkt er echter op dat aannemer dit was.

Aannemer heeft eveneens gesteld dat zij tijdig de aanvraag voor de elektra-aansluiting heeft gedaan en ervan uit mocht gaan dat deze binnen de overeengekomen bouwtijd zou zijn gerealiseerd. Zij heeft ook de derde partij aangemaand en meer kon zij niet doen. Het zou daarom gaan om een vertraging waarop zij geen enkele invloed heeft gehad, die niet aan haar schuld te wijten is en ook niet op grond van de wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor haar rekening komt. Aannemer doet derhalve een beroep op overmacht. Zij stelt dat zij niet heeft kunnen voorzien dat de realisatie van de elektra-aansluiting niet binnen de daarvoor geldende termijn zou worden gerealiseerd en dat dit ook niet aan haar is toe te rekenen. Ook netcongestie werd nog opgeworpen door aannemer.

Beoordeling en conclusie
Arbiter gaat niet mee in de verweren van aannemer en is daar kort in. Van netcongestie was al jaren sprake in het betreffende gebied en dus voorzienbaar voor aannemer. Aannemer had ook door middel van een vooroverleg met de nutsbedrijven kunnen en moeten inventariseren of de elektra-aansluiting binnen de door haar opgestelde planning (en de als gevolg daarvan overeengekomen bouwtijd) gerealiseerd zou worden. Vertraging in de levering van het trafostation en het ontbreken van de benodigde vergunningen leveren geen overmacht op voor de derde partij en daarmee ook niet voor aannemer.

Aannemer stelt nog dat zij opdrachtgever steeds op de hoogte heeft gehouden van problemen met de elektra-aansluiting en aanpassingen in de planning. Daartegen heeft opdrachtgever niet geprotesteerd of kenbaar gemaakt dat dit tot problemen zou leiden. Los van het feit dat opdrachtgever dit heeft betwist, geeft arbiter aan dat er geen rechtsregel is die de opdrachtgever verplicht op straffe van verval van zijn beroep op korting te protesteren tegen vertraging die optreedt. Kortom, aannemer heeft te laat opgeleverd en moet de contractuele boete aan opdrachtgevers betalen.

Wat hier maar weer eens uit blijkt, is dat een bouwtermijn of opleverdatum hard is en echt een fatale termijn. Let goed op als partijen wat je overeenkomt over de elektra-aansluiting en wat aannemer precies gerealiseerd moet hebben bij oplevering, omdat netcongestie roet in het eten kan gooien voor een tijdig recht hebben op een aansluiting en transport. Dat opdrachtgever niet protesteert tegen de vertraging, betekent niet dat hij de vertraging accepteert. Door niet te protesteren doet een opdrachtgever ook geen afstand van het houden van aannemer aan de overeengekomen bouwtermijn. Daarvan zouden partijen schriftelijk moeten afwijken. Als je hiervan wilt afwijken, kom het dus ook schriftelijk overeen!

Uitspraak betreft RvA 9 december 2025, nr. 37.968 https://www.raadvanarbitrage.info/

Heeft u vragen over dit onderwerp? Dan kan contact worden opgenomen met Roy van Helvoirt of een van onze andere specialisten.

Roy van Helvoirt

Advocaat

AdvocaatNeem contact op