Herstel van de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte ondanks ontslagvergunning UWV
Ontslag na twee jaar ziekte met een verleende ontslagvergunning van het UWV en een deskundigenoordeel met een duidelijke conclusie biedt geen garantie om een daadwerkelijk einde van de arbeidsovereenkomst. En als een cao nog aanvullende ontslagbescherming biedt, kan van de werkgever na twee jaar ziekte zelfs nog meer worden verlangd. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam ECLI:NL:RBROT:2026:10300 van 19 augustus 2026.
In deze zaak had het UWV toestemming gegeven om een werknemer na ruim twee jaar arbeidsongeschiktheid te ontslaan. Toch oordeelde de kantonrechter dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor ontslag en werd de arbeidsovereenkomst hersteld. De belangrijkste reden was dat de werkgever onvoldoende had onderzocht of de werknemer zijn eigen werk binnen 26 weken in aangepaste vorm kon verrichten.
Feiten
De werknemer werkte sinds 1989 als logistiek medewerker en viel in december 2021 uit met knieklachten. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheidspercentage uiteindelijk vast op 22,93%. Daarmee had hij geen recht op een WIA-uitkering.
Op de werknemer was bovendien de cao Ziekenhuizen van toepassing. Die cao bepaalt dat het dienstverband van een werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, in beginsel wordt gehandhaafd en dat arbeidsongeschiktheid op zichzelf geen reden voor ontslag is. Bij het aanbieden van passend of aangepast werk geldt bovendien als uitgangspunt dat dit wordt beloond met ten minste 70% van de oorspronkelijke beloning.
Het UWV vond deze cao-bepaling onvoldoende duidelijk en concreet om bij de ontslagbeoordeling te betrekken. De kantonrechter was het daar niet mee eens. Volgens de kantonrechter is de bepaling wel degelijk duidelijk en brengt deze een verzwaarde verplichting mee voor de werkgever om de werknemer binnen de eigen organisatie aan het werk te houden, in aangepast eigen werk of in een andere passende functie. Daarmee was de ontslagruimte voor deze werkgever dus beperkter dan alleen uit de wettelijke regels zou volgen.
Kijk verder dan de conclusie van een arbeidsdeskundig rapport
De kern van de zaak lag bij de vraag of de werknemer binnen 26 weken zijn eigen werk in aangepaste vorm zou kunnen verrichten.
Daarover lag een arbeidsdeskundig rapport van 16 maart 2023. In de conclusie van dat rapport stond onder meer dat het eigen werk niet structureel passend te maken zou zijn zonder andere collega's onevenredig te belasten. Het UWV verwees vervolgens naar deze conclusie bij de beoordeling van de ontslagaanvraag en nam deze over.
De kantonrechter keek echter niet alleen naar die conclusie, maar naar de daadwerkelijke inhoud van het rapport. De conclusie van het rapport sloot namelijk niet aan op de inhoud daarvan.
In de inhoud van het rapport stond namelijk dat de werknemer al aangepast eigen werk verrichtte en dat de werkgever dit zo nodig structureel kon aanbieden. De arbeidsdeskundige schreef dat nog moest worden onderzocht welke ritten voor de werknemer haalbaar waren en structureel konden worden aangeboden. Ook adviseerde hij om de re-integratie voort te zetten, passende re-integratietaken aan te bieden en de uren verder op te bouwen.
De kantonrechter constateerde vervolgens dat de arbeidsdeskundige in de verdere inhoud van het rapport niet had vastgesteld dat het aanpassen van het eigen werk tot een onevenredige belasting van collega's zou leiden. De passage in de conclusie over die onevenredige belasting vond volgens de kantonrechter geen steun in de verdere inhoud van het rapport. De rechter overwoog zelfs dat het erop leek dat deze passage per ongeluk in de conclusie was opgenomen, mogelijk doordat deze uit een ander rapport was geknipt en geplakt.
Niet voldoende gedaan aan re-integratie
Daar komt bij dat de werkgever vervolgens onvoldoende had gedaan met de aanbevelingen van de arbeidsdeskundige.
Zo kocht de werkgever nieuwe auto's met een automaat. De werknemer, die vanwege zijn knieklachten meer werd belast door het rijden in een schakelauto, kreeg niet de mogelijkheid om in een automaat te rijden. Volgens de kantonrechter had de werkgever daarmee een concrete kans laten liggen om de re-integratie te bevorderen.
Ook was onvoldoende onderzocht welke ritten de werknemer daadwerkelijk kon uitvoeren en in hoeverre het werk uit zwaar tillen en dragen bestond. De werkgever had daarom niet voldoende onderbouwd waarom het eigen werk niet, al dan niet met aanpassingen, structureel aan de werknemer kon worden aangeboden.
Dat was relevant omdat voor ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid niet alleen moet worden gekeken naar de vraag of de werknemer zijn oorspronkelijke werkzaamheden nog volledig kan uitvoeren. Ook moet worden beoordeeld of hij binnen 26 weken zijn eigen werk in aangepaste vorm kan verrichten.
Kantonrechter herstelt de arbeidsovereenkomst
Het UWV gaf in maart 2025 toestemming voor het ontslag, omdat zij het aannemelijk vond dat de werknemer niet binnen 26 weken zou kunnen herstellen voor zijn eigen werk of dit werk in aangepaste vorm zou kunnen verrichten.
De kantonrechter was het hier niet mee eens en bepaalde dat onvoldoende gebleken zou zijn dat aan deze ontslagvoorwaarde was voldaan. De conclusie uit het arbeidsdeskundig rapport was door het UWV overgenomen, terwijl die conclusie volgens de kantonrechter onvoldoende steun vond in de verdere inhoud van het rapport.
Daarmee hield het ontslag geen stand. De arbeidsovereenkomst werd met ingang van 1 juli 2025 hersteld. De werkgever moest vanaf 1 september 2025 70% van het loon betalen (datum indienen verzoekschrift), overeenkomstig de cao-bepaling. De werknemer moest de eerder ontvangen transitievergoeding van € 39.610,38 terugbetalen.
Wat kunnen werkgevers hiervan leren?
Deze uitspraak laat vooral zien dat een ontslag na twee jaar ziekte niet alleen een kwestie is van het verstrijken van de 104 weken en het verkrijgen van een UWV-vergunning. Het hele re-integratiedossier moet inhoudelijk kloppen.
Lees daarom een arbeidsdeskundig rapport niet alleen op de conclusie, maar ook op de onderliggende analyse. Als de conclusie niet aansluit bij wat in het rapport daadwerkelijk is onderzocht en geadviseerd, kan dat later een probleem worden.
Daarnaast moet een werkgever aantoonbaar iets doen met de mogelijkheden die tijdens de re-integratie naar voren komen. Als bijvoorbeeld wordt geadviseerd om bepaalde werkzaamheden, hulpmiddelen of aanpassingen te onderzoeken, moet dat onderzoek daadwerkelijk plaatsvinden en goed worden vastgelegd.
Vergeet ook de cao niet. De wettelijke ontslagregels zijn niet altijd het volledige toetsingskader. In deze zaak zorgde de cao Ziekenhuizen voor aanvullende bescherming van een werknemer die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dat vergrootte de verplichting van de werkgever om te onderzoeken hoe de werknemer binnen de organisatie aan het werk kon blijven.
