Mogelijk alternatieve schadeoorzaak redt aannemer

In een zaak die recentelijk diende voor de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen (RvA) ging het om de vraag of een aannemer aansprakelijk was voor de schade van een gemeente als gevolg van een kapotte putdeksel waardoor de riolering verstopt zat. De aannemer voerde een alternatieve schadeoorzaak aan, die door de RvA als plausibel werd aanvaard. Deze uitspraak onderstreept het belang van het goed en gemotiveerd aanvoeren van een mogelijke andere schadeoorzaak indien je als partij aansprakelijk wordt gesteld voor schade als gevolg van een (na oplevering ontdekt) gebrek. Wat was de casus?
De gemeente geeft de aannemer in 2020 opdracht om een betonnen viaduct te slopen op basis van een in opdracht van de gemeente opgesteld bestek. Het werk betrof het geheel boven- en ondergronds slopen en afvoeren van een viaduct. In het sloopbestek waren diverse bepalingen opgenomen die aannemer verplichten adequate voorzorgsmaatregelen te treffen om schade aan en verontreiniging van (onder meer) de omliggende riolering door de sloopwerkzaamheden te voorkomen. Na oplevering van het werk door de aannemer is een andere aannemer aan de slag gegaan met het aanleggen van het wegdek. Na oplevering van deze werkzaamheden zijn in juni 2021 extreme regenbuien gevallen op de locatie van het werk, is de weg ondergelopen en onbegaanbaar geworden en is schade ontstaan aan een dassentunnel en de groenvoorziening. Vervolgens bleek dat een nabij het viaduct gelegen rioolput een kapotte putdeksel had en vol zat met betonpuin en wapeningsstaal. Nog dezelfde dag heeft de gemeente de aannemer van het sloopwerk aansprakelijk gesteld voor schade als gevolg van de verstopping in de rioolput. De aannemer betwist dat tijdens de uitvoering van zijn werk een rioolputdeksel zou zijn gebroken, waardoor puin in het riool is gekomen. Aannemer stelt dat hij zijn verplichtingen uit de overeenkomst, onder meer volgend uit het sloopbestek en de UAV 2012, deugdelijk is nagekomen. Volgens aannemer ontbreekt het vereiste causaal verband tussen de gestelde schade en de door hem uitgevoerde werkzaamheden.
De arbiter oordeelt dat de gemeente onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de putdeksel tijdens en door de werkzaamheden van de aannemer is gebroken, waardoor deze vol bouwpuin kon raken. De aannemer heeft aangevoerd dat na oplevering van zijn werkzaamheden het terrein nog 6 meter is opgehoogd, waarbij 10.000m3 grond is aangevoerd en is verdeeld over het terrein met zwaar materieel. Daarbij is het volgens de arbiter goed mogelijk en in ieder geval niet uit te sluiten dat er betonpuin, dat was achtergebleven op het terrein na de sloopwerkzaamheden van aannemer, in de rioolput terecht is gekomen. De arbiter betrekt in zijn oordeel dat bij aanvang van de ophogingswerkzaamheden de andere aannemer geen melding heeft gemaakt van een kapotte putdeksel. Voorts oordeelt de arbiter dat de verplichtingen van de aannemer ook niet zover voerden dat hij de putdeksel had dienen te beschermen voor werkzaamheden door derden. De arbiter acht de alternatieve oorzaak niet onaannemelijk, waarmee onvoldoende vaststaat dat de aannemer de putdeksel heeft beschadigd. De vordering van de gemeente wordt afgewezen.
RvA 2 december 2025, No. 37.967
