Uitspraak over intern salderen

Uitspraak over intern salderen

Op 14 januari 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een nieuwe uitspraak gedaan over intern salderen. Deze uitspraak zet nieuwe lijnen uit in de stikstofdiscussie en wel over het intern salderen bij bestemmingsplannen. In aansluiting op de welbekende 18 december-uitspraken over intern salderen oordeelt de Afdeling dat die rechtspraak ook van toepassing is op bestemmingsplannen. Net als in het projectspoor mag in de voortoets, dus bij de vraag of significante gevolgen van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op voorhand kunnen worden uitgesloten, niet meer worden gesaldeerd met de referentiesituatie. Dat betekent dat bij salderen met de referentiesituatie altijd een passende beoordeling moete worden gemaakt voor het bestemmingsplan. Intern salderen mag wel in de passende beoordeling, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Daarbij zal in beginsel ook een milieueffectrapport moeten worden opgesteld. Die verplichting geldt overigens niet voor gemeentelijke plannen met een kleine omvang. Het nieuwe beoordelingskader geldt direct voor alle lopende procedures over bestemmingsplannen.

Dit staat in een uitspraak van 14 januari 2026 over het bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ van de gemeente Rijswijk. Dat plan maakt onder meer de bouw van 1.000 woningen mogelijk. De gemeente heeft tijdens de procedure succesvol gemotiveerd dat het plan voldoet aan het nieuwe beoordelingskader voor intern salderen bij bestemmingsplannen. Omdat ook alle andere bezwaren ongegrond zijn verklaard, is er nu groen licht voor dit woningbouwproject.  Als een bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, eist het natuurbeschermingsrecht dat in een voortoets eerst wordt onderzocht of die ontwikkeling significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Een ruimtelijke ontwikkeling kan bijvoorbeeld woningbouw zijn, maar ook uitbreiding van andere al bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden in een gebied. Op 18 december 2024 oordeelde de Afdeling al dat in de voortoets alleen mag worden gekeken naar de gevolgen van een project op zichzelf, zónder rekening te houden met wat er in de oude situatie toegestaan was (intern salderen). Dat geldt vanaf nu ook voor een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt.

Intern salderen mag wel in de stap die daarna komt: de passende beoordeling. Daarvoor is inzicht nodig in de gevolgen van wat feitelijk legaal aanwezig was op grond van het vorige bestemmingsplan. Dat wordt de referentiesituatie genoemd. De gevolgen in de referentiesituatie mogen dan worden weggestreept tegen de gevolgen van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. In lijn met de uitspraak van 18 december 2024 wordt ook in deze uitspraak geoordeeld dat intern salderen alleen mogelijk is als de verwachte voordelen vaststaan, de wijziging of beëindiging van de stikstofveroorzakende activiteit is verzekerd en voldaan wordt aan het additionaliteitsvereiste.

Het additionaliteitsvereiste eist dat de gemeenteraad motiveert dat het salderen met de bestaande situatie (de referentiesituatie) niet nodig is om natuur te behouden, te herstellen of verslechtering te voorkomen. De gemeenteraad heeft echter geen bevoegdheid over, en dus ook geen invloed op, de keuze welke maatregelen noodzakelijk zijn voor beschermde natuurgebieden. Die bevoegdheden liggen bij andere overheden. Dit betekent dat de gemeenteraad aan zijn motiveringsplicht kan voldoen door zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat die andere overheden de inzet van de referentiesituatie nodig vinden voor beschermde natuurgebieden. Het in deze uitspraak uiteengezette beoordelingskader voor intern salderen in bestemmingsplannen geldt direct. Dat betekent dat de Afdeling in al lopende zaken over bestemmingsplannen het nieuwe beoordelingskader zal toepassen als daar door bezwaarmakers een beroep op is gedaan. In alle nog vast te stellen plannen moet deze lijn worden toegepast. En in al vastgestelde plannen moet alsnog een aanvullende motivering worden toegestuurd aan de Afdeling en worden beoordeeld of de planregels moeten worden gewijzigd ter borging van het staken van de referentiesituatie.

Lees hier de uitspraak: https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@155679/202306968-1-r3/

 Heeft u vragen over dit onderwerp? Dan kan contact worden opgenomen met Janske Schrijnemaekers of een van onze andere specialisten.

Janske Schrijnemaekers

Advocaat & Partner

AdvocaatNeem contact op