WKB, hoe staat het ermee? Bevindingen 2025: ‘het stelsel van kwaliteitsborging werkt’, aldus de toezichthouder.

WKB, hoe staat het ermee? Bevindingen 2025: ‘het stelsel van kwaliteitsborging werkt’, aldus de toezichthouder.

De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is op 1 januari 2024 in werking getreden voor kortgezegd grondgebonden woningen en eenvoudige bouwwerken. Na een rustige opstart in 2024, is afgelopen jaar daarmee het eerste jaar dat voldoende inzicht biedt om een blik te werpen op het met de Wkb bereikte resultaat. In dat kader heeft de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) een jaarverslag gepubliceerd.[1] In dit verslag blikt de TloKB terug op 2025 waarin het stelsel voor het bouwen (KB-stelsel) voor het eerst op volle toeren draaide. De conclusie van de TloKB is positief. Zij stellen dat het stelsel van kwaliteitsborging werkt, maar in de praktijk nog niet scherp genoeg wordt toegepast en gecontroleerd. Dit artikel bespreekt de belangrijkste bevindingen, aandachtspunten en implicaties voor de praktijk uit hoofde van dit jaarverslag.

De Wkb in een notendop
Nog even terug naar de doelstelling van de Wkb. De Wkb beoogt enerzijds de bouwkwaliteit te verbeteren door middel van toezicht gedurende de uitvoering en anderzijds de positie van de opdrachtgever (met name de consument) te versterken. Zodoende is titel 12 van boek 7 Burgerlijk Wetboek onder meer aangevuld met verscherpte bepalingen inzake de aansprakelijkheid van een aannemer, diens waarschuwingsplicht en een opleverdossier. De Wkb heeft voorts een fundamentele wijziging in het bouwtoezicht geïntroduceerd, door een verschuiving van publiek- naar privaat toezicht. De toetsing aan bouwtechnische voorschriften wordt niet langer primair door publieke organen (zoals de gemeente) uitgevoerd, maar door een onafhankelijke private kwaliteitsborger. Deze beoordeelt vooraf en tijdens de bouw (onder meer) aan de hand van voorgeschreven toetsmethoden of wordt voldaan aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en rapporteert tevens zijn of haar bevindingen. Een conclusie kan volgens TloKB na twee jaar Wkb in ieder geval zijn dat de kwaliteitsborging voor ruim 35% deel uitmaakt van de gerealiseerde bouwkwaliteit. Dat is best een flinke bijdrage.

Wettelijk kader en rol van de TloKB
De TloKB ziet toe op het stelsel van kwaliteitsborging en speelt zelf een belangrijke rol in de verbetering van de bouwkwaliteit. De TloKB laat immers de toetsmethoden (genaamd: instrumenten) toe en houdt toezicht op het juiste gebruik van deze methoden in de bouwpraktijk. De TloKB kan de toegelaten instrumenten ook weer intrekken. De TloKB houdt op haar website een register bij van de voor de kwaliteitsborging toegelaten instrumenten, de kwaliteitsborgers die de instrumenten mogen gebruiken alsook de instrumentaanbieders. Dit zijn de organisaties achter de betreffende instrumenten. Ook houdt de TloKB een register bij voor de erkende kwaliteitsverklaringen die zij ontvangt. Een instrument voor kwaliteitsborging bepaalt hoe de kwaliteitsborger zijn werk dient uit te voeren. De instrumentaanbieder ziet met audits en reality-checks op de bouwplaats vervolgens toe op de naleving en de werking van zijn instrument door de kwaliteitsborgers. Zelf controleert de TloKB ook steekproefsgewijs bouwplaatsen om beter zicht te krijgen op bouwkwaliteit.

Bevindingen TloKB
Zo heeft de TloKB in 2025 89 bouwplaatsen (en daarmee 931 bouwwerken) bezocht. Dit betekende een steekproefomvang van 5% van de gehele bouwproductie die onder toepassing van de Wkb viel. Op het moment van inspectie voldeed 60,7% van de projecten aan de bouwtechnische eisen. Zonder die kwaliteitsborgingsactiviteiten voldoet 39,3% van de projecten. Tijdens haar inspecties heeft de TloKB 687 bouwonderdelen beoordeeld aan de hand van het Bbl. Hiervan voldeed 84,9% aan de minimale kwaliteitseisen. Dat is een positieve ontwikkeling. Indien een bouwonderdeel niet voldeed, betrof dit volgens de TloKB de hele breedte van het bouwspectrum: van constructieveiligheid, tot toegankelijkheid. Er waren geen eenduidige oorzaken, of stelselmatig terugkerende gebreken aan te wijzen.

Wat volgens de TloKB verbeterd moet worden is het volgende. Slechts 18,8% van de bouwprojecten waarop de Wkb van toepassing was, is vorig jaar afgerond met een verklaring van de kwaliteitsborger. Een dergelijke verklaring is in beginsel wel vereist alvorens een bouwwerk in gebruik kan worden genomen. Bij 1,4% van de projecten kwam het niet tot een verklaring van gerechtvaardigd vertrouwen in de bouwkwaliteit, vanwege de geconstateerde gebreken. Mijns inziens zou hierop strenger moeten worden gehandhaafd. Hoe effectief is het stelsel van kwaliteitsborging immers als de uiteindelijke verklaring dat het bouwwerk voldoet niet wordt afgegeven?

Als een kwaliteitsborger geen verklaring afgeeft, dient hij daarvoor een reden op te geven. In 75% van de gevallen bleek het ontbreken van bewijs waarop de kwaliteitsborger zijn vertrouwen in de bouwkwaliteit kan baseren, de reden voor het ontbreken van de verklaring te zijn. Bouwtechnische eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn in vrijwel alle gevallen de grondslag voor het niet afgeven van deze verklaring. Bruikbaarheids- en toegankelijkheidseisen worden vrijwel niet genoemd, waardoor de TloKB vreest dat deze eisen onterecht ondergeschikt worden geacht. Zodoende blijven afwijkingen zoals een te hoge dorpel immers onopgemerkt, hetgeen niet strookt met het doel van de Wkb. De TloKB heeft voorts geconstateerd dat bij kleinere projecten veelal geen verklaring wordt afgegeven.

Volgens de TloKB dient er sprake te zijn van een sluitende informatieketen van bouwmelding tot en met ingebruikname (zonder verklaring). Om een goede werking van het KB-stelsel te beoordelen, is het nodig dat de landelijke informatievoorziening op één punt het proces volledig administreert. Om dat te bewerkstelligen dient volgens de TloKB het Digitaal Stelsel Omgevingswet een bouwmelding (waarop de kwaliteitsborger staat vermeld) direct door te melden aan de instrumentaanbieder en de TloKB. Op dit moment krijgt de TloKB en instrumentaanbieder deze melding van de kwaliteitsborger. Directe doormelding vanuit het DSO voorkomt vergissingen, fouten of fraude. Voorts is per 1 januari 2027 voorzien dat het bevoegd gezag een ingebruikname van een bouwwerk kan regelen met een maatwerkvoorschrift, in het geval de kwaliteitsborger geen verklaring afgeeft. Ook dit moet op één punt geregistreerd worden, zodat duidelijk wordt of een bouwmelding heeft geleid tot een verklaring, of een maatwerkvoorschrift.

Voorts dient het toezicht op kwaliteitsborgers te worden verbeterd. Volgens de TloKB heeft nog niet iedere instrumentaanbieder op een juiste wijze invulling gegeven aan zijn toezicht op de kwaliteitsborger. Hetzelfde geldt voor het toezicht op de instrumentaanbieder. TloKB-inspecties bij de instrumentaanbieders laten zien dat het zicht van instrumentaanbieders op de toepassing en de effectiviteit van hun instrument te beperkt is. Deels komt dit door gebrekkige informatiehuishouding van zowel kwaliteitsborgers als instrumentaanbieders (nalevingstoezicht), deels komt dit door een gebrek aan reality-checks op bouwwerken door instrumentaanbieders op de bouwplaats (effectiviteitstoezicht). De TloKB-inspecties maakten duidelijk dat er nog vooruitgang is te boeken in de informatiehuishouding van zowel instrumentaanbieders als kwaliteitsborgers.

Een volgende aanbeveling ziet op de EKV. Een EKV bevestigt dat een product, materiaal of bouwsysteem voldoet aan de technische eisen. De meest gebruikte EKV’s in Nederland zijn de welbekende KOMO- of ETA certificaten. De TloKB pleit voor een beoordelingsrichtlijn die het afgeven van een EKV voor een gehele woning mogelijk maakt. Voorts pleitte de TloKB voor het geldig blijven van een aantal kwaliteitsverklaringen uit het Bouwbesluit voor modulair bouwen onder het Bbl. Dit is echter niet gebeurd. Hiermee is de oude richtlijn vervallen waardoor de kwaliteitsborger nog steeds een borgingsplan moet maken en controles moet uitvoeren op de bouwplaats. Dit betekent dus extra controles op het modulair bouwen die niet nodig waren geweest als de richtlijn zijn werking onder het Bbl had behouden.

Conclusies en aanbevelingen

Volgens de TloKB dienen kwaliteitsborgers dus strenger te worden beoordeeld. Er ligt momenteel nog teveel focus op ‘papier’ en te weinig op de bouwplaats zelf. In plaats van controle via audits, is controle op de bouwplaats aan te bevelen, zodat het fysiek gerealiseerde werk wordt beoordeeld. De dossiervorming moet daarbij serieus worden verbeterd en tevens dient het gehele borgingsproces op één punt administratief te worden gevolgd en vastgelegd. Daarbij zullen instrumentenaanbieders strenger moeten gaan controleren en zal de TloKB zelf ook strenger moeten optreden middels handhaving. Dit jaar zal de TloKB controleren of de aanbevelingen en verbeteringen juist zijn doorgevoerd en kondigt zij aan strenger te zullen handhaven. Dit betekent in de praktijk dus waarschijnlijk meer controles op de bouwplaats, strengere eisen aan de dossiervorming alsmede een kritischer toezicht op de instrumentaanbieders en kwaliteitsborgers. Hopelijk wordt hieraan dit jaar invulling gegeven. We zullen het uiteindelijk lezen in het jaarverslag van de TloKB van 2026!

[1] Het jaarverslag is te raadplegen op https://www.tlokb.nl/documenten/2026/03/11/jaarverslag2025

Carolijn Slegers

Advocaat & Partner

AdvocaatNeem contact op